Waarnemingen in het Zwin - eerste helft 2020

De eerste helft van 2020 zit er alweer op! Hoog tijd om terug te blikken op wat er reilde en zeilde in het Zwin op vlak van fauna en flora.

Overwinteringsgebied ganzen en eenden

Het Zwin is een belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen en eenden. Door de zachte winter liepen de aantallen niet hoog op in de winter 2019-2020. Er werden maxima opgetekend tot 871 brandganzen, ca. 300 kolganzen en ca. 250 grauwe ganzen. Op sommige avonden kwamen in de Zwinuitbreiding ruim 1.000 ganzen van verschillende soorten de nacht doorbrengen.

Het meest bijzondere op vlak van ganzen was de aanwezigheid van een grote groep witbuikrotganzen van half januari tot de eerste helft van februari. De groep telde maximaal 44 exemplaren, de grootste groep die ooit in België werd waargenomen van deze zeldzame ondersoort van rotgans.

De zachte winter maakte dat er geen grote aantallen overwinterende eenden aanwezig waren. Noemenswaardige maxima waren tot 259 bergeenden, 410 smienten, 141 wintertalingen en 284 wilde eenden. Tijdens de voorjaarstrek werden geen grote aantallen eenden gezien, maar wel opvallend waren maxima tot 24 pijlstaarten en 8 zomertalingen.

 

Witbuikrotganzen

Bergeenden

Smienten

Mooie aantallen 'schorrezangvogels'

In de Zwinvlakte waren in het begin van het jaar nog mooie aantallen aanwezig van een aantal ‘schorrezangvogels’, vogelsoorten die typisch zijn voor de Zwinschorre. Er werden maxima gemeld tot 7 strandleeuweriken, 5 ijsgorzen, 42 sneeuwgorzen, 9 grauwe gorzen en 97 oeverpiepers. Voor de eerste vier soorten is het Zwin één van de weinige gebieden van België waar ze ’s winters (nog) te vinden zijn.

Strandleeuwerik

Ijsgors

Oeverpieper

Al eerste tekenen van lente in februari dankzij zachte weer

De eerste lentegasten, vroege soorten als zwartkopmeeuw en boomleeuwerik, lieten zich vanaf dan zien. Tot eind mei, met de aankomst van de laatste voorjaarstrekkers als bosrietzanger en spotvogel, was er een voortdurende opvolging van nieuw aankomende vogelsoorten.

Op bepaalde dagen in de lente was er dankzij gunstige weersomstandigheden opvallende vogeltrek waar te nemen. Dat leverde opvallende gegevens op, met als hoogtepunten onder meer totalen van minstens 59 purperreigers, een paar honderd lepelaars, tientallen grote zilverreigers, 115 bruine kiekendieven, blauwe kiekendieven, rode wouwen, zwarte wouwen, visarenden, tientallen beflijsters, alsook imposante doortrek van gierzwaluwen, boerenzwaluwen, oeverzwaluwen en huiszwaluwen. Vanaf eind april tot begin juni was er bij momenten sterke doortrek van steltlopers, met imposante maxima tot 177 zilverplevieren, 960 bontbekplevieren, 243 tureluurs, 45 groenpootruiters en 108 bonte strandlopers.

 

Purperreiger

Bruine kiekendief

Bontbekplevier

Broedseizoen 2020

Het broedseizoen verliep niet optimaal, met name doordat op de broedeilanden sprake bleek van predatie door vos. Daar kwam nog eens een zeer hoog springtij bij in mei, waardoor een aantal nesten wegspoelde. Het resultaat was zeer lage aantallen van broedende kokmeeuwen, het ontbreken van broedende zwartkopmeeuwen (na het recordjaar 2019) en lagere aantallen van kluten en visdieven. De eerste broedpogingen van de meeste vogels op de eilanden gingen de mist in.

Gelukkig leken nieuwe broedpogingen in juni toch de goede kant op te gaan, met name voor kluut en visdief. Het is nog te vroeg om de eindbalans op te maken; hopelijk kennen deze soorten toch nog enig broedsucces. Er waren dwergsterns (tot 17 exemplaren) en meerdere strandplevieren aanwezig, maar in tegenstelling tot vorig jaar gingen ze tot op het moment van schrijven helaas niet tot broeden over. Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel op vlak van broedvogels. Andere soorten kenden een normaler broedseizoen. Zo was er een stijging van het aantal broedende reigers, tot 54 koppels blauwe reiger en acht koppels kleine zilverreiger. In de Zwinbosjes werden maar liefst vijf zangposten van Orpheusspotvogel opgetekend.

Broedkolonie blauwe reigers

Kluten

Orpheusspotvogel (ringsessie 2019)

Status Zwin-ooievaars

In het Zwin Natuur Park was al van voor de jaarwisseling een klein aantal lokaal overwinterende ooievaars aanwezig. Vanaf eind januari werden die vervoegd door exemplaren die vermoedelijk elders de winter hadden doorgebracht.

In aanloop naar het broedseizoen hadden de ooievaars te lijden onder sterke winden en veel neerslag die wekenlang het weerbeeld overheersten. Dat zette duidelijk een domper op de broedvoorbereidingen.

  • Uiteindelijk vestigden zich 14 broedparen in het park, waarvan er 10 effectief tot broeden kwamen.
  • Minstens 7 daarvan kregen jongen: begin juni werden op die 7 nesten in totaal 13 jongen ooievaars van een wetenschappelijke ring voorzien.
  • De 3 jonge ooievaars die in 2019 van een zender werden voorzien in het Zwin Natuur Park brachten de winter door in Noord-Marokko (2 vogels) en het uiterste zuiden van Spanje. Eén van de in Marokko overwinterende exemplaren kwam in februari helaas door elektrocutie om het leven. de andere twee trokken noordwaarts. De ene vogel, Reinout, kwam uiteindelijk in Nederland terecht. De andere, Hadewijch, keerde, na een lange tussenstop in Frankrijk, begin juni terug naar het Zwin.

Zeldzame soorten

Er werden heel wat schaarse en zeldzame vogelsoorten gezien in de eerste helft van 2020. Het meest opvallend waren kraanvogel, koereiger, zeearend, steppekiekendief, grauwe kiekendief, strandplevier, Temmincks strandloper, reuzenstern, lachstern, velduil, bonte kraai, graszanger, grote pieper en frater.

Kraanvogel

Strandplevier

Lachstern (foto Pieter Van Hauwaert)

Andere soortgroepen

Andere soortgroepen dan vogels waren uiteraard ook vertegenwoordigd. Er waren diverse waarnemingen van zowel grijze zeehond als gewone zeehond, waaronder ook waarnemingen van rustende exemplaren in de Zwinuitbreiding. Ook leuk waren enkele observaties van bruinvissen op zee ter hoogte van het Zwin, tot vijf exemplaren samen. Vanaf half maart kwam het insectenleven weer langzaam op gang, wat vooral opviel door het opnieuw verschijnen van dagvlinders.