Recente waarnemingen in het Zwin - najaar 2019

Nog voor het broedseizoen goed en wel ten einde is, beginnen heel wat vogels al aan hun najaarstrek. Die trek wordt al vanaf eind juni ingezet door bepaalde soorten. In een gebied als het Zwin, dat zo belangrijk is voor trekvogels, is die najaarstrek heel opvallend.

Waarnemingen van trekvogels zijn dan ook de rode draad doorheen dit overzicht. 

13-12-2019

Lepelaars en kleine zilverreigers

Het najaar is een prima tijd voor ‘grote witte vogels’ in het Zwin. Lepelaars pieken traditioneel in de late zomer en de vroege herfst, en dat was dit jaar niet anders. De hoogste aantallen liepen op tot 105 vogels eind augustus en tot 123 exemplaren begin oktober. Opmerkelijk was dat twee in Nederland van een zender voorziene lepelaars kort halt hielden in het Zwin. Kleine zilverreigers waren ook een vertrouwd zicht, met een maximum van 39 vogels in augustus. Veel talrijker dan in voorgaande jaren was de grote zilverreiger, en dat is te danken aan de Zwinuitbreiding, waar zich tot maximaal 22 exemplaren ophielden.

Lepelaars

Kleine zilverreiger

Ganzen en eenden

Vanaf de late zomer namen de aantallen ganzen duidelijk toe in het Zwin, met pieken tot ruim 700 grauwe ganzen in augustus en tot 1.200 brandganzen half september.
Vanaf begin oktober arriveerden kolganzen, met een maximum van ca. 800 exemplaren in november.
Vanaf oktober tot in november was er regelmatig doortrek van meerdere honderden kleine rietganzen.

Door de zomerse droogte bleven de aantallen eenden tot diep in het najaar ondermaats, met uitzondering van de aantallen bergeenden, die in de Zwinuitbreiding terecht konden. In oktober en november werden daar meermaals meer dan 300 bergeenden geteld. Vanaf oktober stegen de aantallen van andere eendensoorten dan toch, zonder hoge toppen te scheren. Vermeldenswaardige maxima waren tot 168 wintertalingen in oktober en tot 686 smienten in november.

Kolganzen

Bergeend

Smient

Stijging steltlopers door Zwinuitbreiding

Het eerste najaar van de in februari geopende Zwinuitbreiding miste zijn effect niet op het vlak van steltlopers. Er werden heel wat soorten waargenomen! En van veel soorten werden hogere aantallen vastgesteld dan we de voorbije jaren gewend waren.
Het is duidelijk dat de extra beschikbaarheid van vele tientallen hectare slik zijn uitwerking niet mist op deze voor het Zwin heel belangrijk soortgroep! Een bloemlezing uit de maxima die werden vastgesteld van diverse aantallen steltlopers doorheen het najaar: 255 scholeksters, 210 kluten, 60 kanoeten, 29 krombekstrandlopers, 383 bonte strandlopers, 14 kleine strandlopers, 39 regenwulpen, 350 wulpen, 125 tureluurs, 18 groenpootruiters, 400 bontbekplevieren, 112 zilverplevieren, 450 kieviten, 33 grutto’s en 72 rosse grutto’s.

Zwinuitbreiding

Bontbekplevier

Traditioneel concentreren zich na het broedseizoen flinke aantallen sterns in het Zwin, met dit jaar maxima tot 860 grote sterns en tot 453 visdieven. Visarenden waren opvallend aanwezig vanaf de tweede helft van augustus tot de eerste helft van oktober, vaak meerdere exemplaren tegelijk.

In de Zwinvlakte waren bij momenten aanzienlijke aantallen zangvogels aanwezig met maxima van o.m. 2.500 spreeuwen en 200 kneus. Typische zangvogelsoorten van de schorre ontbraken niet. Meest in het oog springend was oeverpieper, met een maximum van 84 vogels. Het najaar van 2019 was duidelijk een pak beter voor enkele zeldzame schorrezangvogels, zoals strandleeuwerik (tot 20 exemplaren), ijsgors (tot 7) en sneeuwgors (tot 40).

Er werden heel wat schaarse en zeldzame vogelsoorten gezien in het najaar. Het meest opvallend waren porseleinhoen, strandplevier, morinelplevier, zwarte ooievaar, koereiger, hop, draaihals, grauwe klauwier, bonte kraai, buidelmees, bladkoning, waterrietzanger, struikrietzanger, sperwergrasmus en grote pieper.

Vogelringen

Zoals reeds gemeld in de vorige nieuwsbrief werd er dit najaar ook druk vogels geringd in het vogelringstation in het Zwin Natuur Park. Er werden in totaal 5.897 vogels gevangen in de periode augustus-oktober. In november volgden nog twee ringsessies, waarbij nog eens 110 vogels werden gevangen. Daarbij ook twee pimpelmezen met een ring uit Litouwen. Dat geeft een idee van de herkomst van de vele pimpelmezen dit in het late najaar opdoken.

Andere soortgroepen

Andere soortgroepen dan vogels waren uiteraard ook vertegenwoordigd.
Er waren een aantal waarnemingen van gewone zeehond, waaronder voor het eerst ook in de Zwinuitbreiding. Rode eekhoorns waren opvallend algemeen in het Zwin Natuur Park. Boomkikkers bleven op tal van plekjes zichtbaar en hoorbaar zolang de temperaturen hoog genoeg waren.

Bij de dagvlinders waren er in augustus een kort maar opvallend voorkomen van honderden exemplaren. Oranje luzernevlinders waren ook vrij opvallend en er waren twee waarnemingen van gele luzernevlinder. Een telling van heivlinder in de duinen leverde 79 exemplaren op. Een aantal zuidelijke libellensoorten zoals zwervende pantserjuffer, tengere pantserjuffer, zuidelijke heidelibel en zwervende heidelibel werden herhaaldelijk waargenomen. Tevens waren er gevallen van zadellibel en kanaaljuffer.
Beperkt onderzoek naar nachtvlinders leverde diverse opmerkelijke soorten op, zoals blauw weeskind, slanke groenuil, roodstreepspanner, zilverbandpalpmot en levervlekmot.
Tenslotte waren er nog veel waarnemingen van de zeldzame harkwesp en een aantal observaties van de zeldzame duinsabelsprinkhaan.

Rode eekhoorn

Zwervende heidelibel

Roodstreepspanner