Recente waarnemingen - half december 2018 -half februari 2019

22-02-2019

Ooievaars

Een groep van ongeveer 20 overwinterende ooievaars hield zich op in de regio. Daaronder een klein aantal geringde, lokale broedvogels.
Vanaf begin februari werden in toenemende mate nesten bezet, zowel door ooievaars dier hier de winter hadden doorgebracht als door exemplaren die al teruggekeerd waren uit het zuiden. Halverwege februari waren in het Zwin Natuur Park al 12 nesten bezet. In de onmiddellijke omgeving van het Park waren ook al minstens zeven nesten bezet.

Zilverreigers

Kleine zilverreigers overwinterden in zeer kleine aantallen. Half december werden nog vijf exemplaren waargenomen, maar later ging het nog om maximaal drie vogels. Op 14 december werd een dode kleine zilverreiger gevonden in het Zwin Natuur Park.

Ganzen en eenden

In het Zwin overwinteren heel wat ganzen en eenden.

  • In de besproken periode werden maximaal 700 grauwe ganzen, 700 brandganzen en 400 kolganzen geteld. Andere ganzensoorten als rotgans, toendrarietgans en kleine rietgans waren veel zeldzamer en onregelmatiger in hun voorkomen.
  • Vele honderden eenden overwinterden in het Zwin, met de volgende soortmaxima: bergeend (79), slobeend (107), smient (403), krakeend (26), wilde eend (344) en wintertaling (120). Duikeenden waren veel zeldzamer, bij gebrek aan diep zoet water in het gebied: er werden maximaal acht kuifeenden en vijf tafeleenden geteld.

Steltlopers

In de betrokken periode werden in totaal 20 soorten steltlopers gemeld in het Zwin. Leuke maxima waren er van kluut (18), scholekster (160), zilverplevier (72), bontbekplevier (31), kievit (274), wulp (353), bonte strandloper (250), steenloper (157) en tureluur (69). Er waren af en toe waarnemingen van 1-2 grutto’s: wellicht IJslandse grutto’s van de ondersoort islandica die in het gebied overwinterden. Een laatste groenpootruiter bleef tot 15 december.

Drieteenstrandloper met kleurringen

Bijzonder waren meerdere waarnemingen in december en februari van een drieteenstrandloper met kleurringen aan de poten. Deze drieteenstrandloper werd op 15 juni 2018 geringd in het oosten van Groenland. Ruim 2.500 kilometer van het Zwin èn aan de andere kant van de Atlantische Oceaan! Het geeft een idee van de fantastische trektochten die veel trekvogels die we in het Zwin zien ondernemen.

Zangvogels

In de Zwinvlakte waren een aantal typische zangvogelsoorten van de schorren aanwezig. Oeverpieper was de meest opvallende soort, met maximaal 97 exemplaren. Ook rietgors en kneu overwinterden met tientallen vogels.

Het was een heel zwakke winter voor enkele specialiteiten onder de  ‘schorrezangvogels’: op enkele data in januari-februari werd een groepje van maximaal 13 strandleeuweriken gezien, maar de vogels lieten zich moeilijk vinden. Er was slechts één waarneming van ijsgors en geen enkele van sneeuwgors. Langs de rand van de Zwinvlakte overwinterden twee roodborsttapuiten.

Schaarse vogelsoorten

Er werden ook een aantal schaarse vogelsoorten gezien in de betrokken periode: kleine zwaan, zwarte zee-eend, brilduiker, geoorde fuut, jan-van-gent, rode wouw, bruine kiekendief, blauwe kiekendief, waterral, paarse strandloper, bokje, Pontische meeuw, drieteenmeeuw, zeekoet, kerkuil, velduil, smelleken, slechtvalk, Cetti’s zanger en grauwe gors.