Eindresultaat broedseizoen ooievaars

Nu het broedseizoen helemaal achter de rug is kan een eindbalans worden opgemaakt voor de ooievaarspopulatie van het Zwin Natuur Park voor 2020.

14 broedparen

In de lente vestigden zich in totaal 14 broedparen. Dat is één meer dan vorig jaar. De meeste daarvan waren bekende broedparen, die al in vorige jaren gevestigd waren. Voor een aantal geringde vogels kon dat met zekerheid worden vastgesteld aan de hand van hun ringnummer.

Er kwamen ook een aantal nieuwe ooievaars langs in het park. Sommige daarvan namen ook een broedplaats in en gingen over tot nestbouw. Enkele van de nieuwkomers waren geringd, en dankzij hun ringnummer weten we dat het jonge vogels van enkele jaren oud waren die in de buurt (Damme en Retranchement) als kuiken waren geringd.
Het is positief dat nieuwe, jonge vogels uit de buurt de weg vinden naar het Zwin Natuur Park om zich als broedvogel te vestigen.

Geen van de nieuwkomers slaagde er in om dit jaar met succes te broeden, maar dat is niet ongewoon. Jonge ooievaars moeten aan het begin van hun broedcarrière nog de nodige ervaring opdoen voor ze met succes jongen kunnen groot brengen. Ze kunnen zich een dergelijke leerperiode permitteren: ooievaars kunnen tot een paar tientallen jaren oud worden.

7 succesvolle nesten, 12 uitgevlogen jongen

Uiteindelijk kwamen zeven van de 14 koppels (50%) in het park met succes tot broeden. Dat wil zeggen dat ze jongen groot brachten die uitvlogen. Het ging om 12 uitgevlogen jongen in totaal. Per succesvol koppel komt dat neer op 1,7 uitgevlogen jongen per koppel. Voor elk gevestigd paar (succesvolle en mislukte samen) geeft dat 0,8 uitgevlogen jongen per koppel. Dat is een matig resultaat. Het is een beetje lager maar vergelijkbaar met het resultaat in 2019.

In vergelijking met het succesvolle jaar 2018 duidelijk lager. In 2020 brachten twee koppels elk drie jongen groot, en die zijn dus samen verantwoordelijk voor de helft van het aantal uitgevlogen jongen dit jaar. De andere koppels deden het duidelijk minder goed. Eén koppel kreeg twee jongen op de vleugels; de overige vier brachten elk maar één jong groot.

Het is niet bekend om welke reden het gemiddelde broedsucces zo matig was. Mogelijk speelt de aanhoudende droogte van de voorbije jaren de vogels parten. Ooievaars zijn voor sommige van hun voedselbronnen afhankelijk van bodems die voldoende vochtig zijn. Zo zijn regenwormen op bepaalde momenten van het jaar belangrijk als voedsel. Regenwormen worden onbereikbaar als de bodem uitdroogt. Daarnaast speelt ook het intensieve landbouwgebruik in de ruime omgeving de vogels mogelijk parten. Het platteland in de omgeving van het Zwin bestaat in belangrijke mate uit intensief gebruikt akkerland, en dat is verre van ideaal voedselgebied voor ooievaars.

13 jonge ooievaars geringd

Er werden in totaal 13 jonge ooievaars geringd in het Zwin Natuur Park. Eén van de geringde jongen viel uit het nest voor het uitvliegen. De onfortuinlijke jonge ooievaar werd nog overgebracht naar het vogelopvangcentrum van Beernem en kon daar nog worden gerevalideerd. Hij kon nog terug worden vrijgelaten, maar werd snel nadien toch dood teruggevonden. Hoe goed de zorgen in een opvangcentrum ook zijn, het is van groot belang dat jonge ooievaars kunnen opgroeien in een nest en zelf kunnen uitvliegen.

Jonge vogels die enkele weken van die belangrijke ontwikkelingsfase missen, hebben onvermijdelijk een belangrijke achterstand. Van de 12 jongen die uitvlogen, viel er kort na het uitvliegen één van het nest. De ooievaar brak daarbij een poot. Hij werd ook overgebracht naar een vogelopvangcentrum, maar moest daar helaas geëuthanaseerd worden. Voor een vogel die op lange poot rondschrijdt als een ooievaar is een pootbreuk erg nefast en eigenlijk bijna onherstelbaar. Dat geldt zeker voor onervaren jonge vogels.

4 zenderooievaars in 2020

Vier van de jonge ooievaars kregen een zender op de rug in het kader van het in 2019 gestarte zenderonderzoek in het Zwin Natuur Park. Dankzij die zenders weten we exact wanneer de jonge vogels uit het Zwin vertrokken zijn: op 13 augustus, omstreeks 11u15. Dankzij een zichtwaarneming weten we ook dat de groep waarin ze vertrokken in totaal uit acht jonge vogels bestond, welllicht allemaal jonge Zwin ooievaars. Een groot deel van onze uitgevlogen jongen is dus samen op trek vertrokken.

Bekijk alles over het zenderproject.

Status Noord-West-Vlaanderen

In de rest van Noord-West-Vlaanderen werden in 2020 nog eens 26 broedparen vastgesteld: 12 op het grondgebied van de gemeente Knokke-Heist, 14 op het grondgebied van de gemeente Damme.