Bijzondere wintervogels in de Zwinvlakte

In het Zwin kan je het hele jaar door bijzondere vogels zien, en dat is in de winter niet anders. Vanaf de late herfst duiken in de Zwinvlakte een aantal soorten op die graag overwinteren in de schorren van het gebied. Een aantal van die soorten zijn behoorlijk zeldzaam op Belgisch niveau. Het Zwin is één van de weinige plaatsen in het land waar je deze soorten kan zien, en het is wellicht de enige plaatsen waar je kans maakt om ze allemaal op één dag te zien!

Schorrezangvogels

De meest bijzondere soorten zijn een aantal ‘schorrezangvogels’; zangvogelsoorten die typisch zijn voor het schorrebiotoop dat veel voorkomt in de Zwinvlakte. De winterse schorre kan bij momenten een ruwe plaats zijn, koud en winderig, maar toch vinden deze soorten het een prima overwinteringsplek.

In de eerste plaats gaat het om strandleeuwerik, frater, ijsgors en sneeuwgors. Dat zijn soorten die broeden in toendrabiotoop in het Hoge Noorden. Geharde beestjes, die zelfs tijdens de zomer aan guur weer gewend zijn. In België bevinden we ons aan de zuidgrens van hun wintergebied.

Strandleeuwerik en de beide gorzen worden elke winter in het Zwin gezien, zij het in wisselende aantallen.

Frater was ooit de meest algemene van het viertal, maar door een sterke afname is deze vinkachtige nu de zeldzaamste van het groepje geworden. Dit najaar zijn alle vier deze soorten al waargenomen in het Zwin. 

Strandleeuwerik

Frater
(foto Francis Minnebo)

Ijsgors

Sneeuwgors

De algemeenste ‘schorrezangvogel’ is de oeverpieper. Die komt ook elders langs de Belgische kust voor tijdens de winter, maar met een winterpopulatie van ca. 100 exemplaren is het Zwin het belangrijkste Belgische gebied. Nog een laatste schorrespecialiteit is de grauwe gors. Eigenlijk is dit niet zo’n typische schorrensoort als de vorige zangvogelsoorten. De soort is echter zeer sterk afgenomen. In westelijk België is het tegenwoordig een zeldzaamheid, en de schorren van het Zwin zijn één van de laatste plekken waar nog geregeld grauwe gorzen overwinteren. Bovenop de voorgenoemde specialiteiten overwinteren in de Zwinschorre nog andere zangvogelsoorten zoals veldleeuwerik, graspieper, kneu en rietgors.

Oeverpieper

Graspieper

Roofvogelsoorten

Een andere groep die typisch is voor de winterse Zwinschorre zijn enkele roofvogelsoorten. Het gaat om roofvogels die bij voorkeur in weidse, open landschappen jagen.

Blauwe kiekendieven die in een trage, lage jachtvlucht over de vlakte zwerven, zijn een frequent winters zicht. De voorbije weken worden in de Zwinvlakte geregeld 1-3 blauwe kiekendieven gezien, waaronder ook een prachtig mannetje. Mannetjes blauwe kiekendief, met hun lichtgrijze bovenzijde, witte onderzijde en zwarte vleugeltoppen zijn een streling voor het oog als ze sierlijk de vlakte afschuimen op zoek naar knaagdieren en kleine vogels als prooi.

Nóg sierlijker en eleganter zijn de velduilen die nu ook in de vlakte voorkomen. Tot minstens 4 exemplaren zijn recent te zien, en het lijkt er op dat het een goede winter zou kunnen worden voor deze uilen. Leuk aan velduilen is dat ze zich ook vaak overdag laten zien. Zeker in de late namiddag kan je ze geregeld waarnemen in het Zwin.

Blauwe kiekendief
(foto Dirk Blondeel)

Velduil

Bovenop deze schorrespecialiteiten zijn er natuurlijk ook de vele honderden watervogels, ganzen, eenden en steltlopers, die in het Zwin overwinteren. Het mag dan al wat kouder zijn, maar je merkt dat het Zwin ook in de wintertijd zijn naam van Internationale Luchthaven vor Vogels alle eer aandoet!