Recente waarnemingen in het Zwin - oktober-december

Het Zwin deed de voorbije weken zijn naam van ‘Internationale Luchthaven voor Vogels’ alle eer aan. De najaarstrek is sinds eind oktober overgelopen in de winterperiode. Door het warme weer totnutoe is er van echte winterse weersomstandigheden nog geen sprake geweest. Dat laat zich enigszins aflezen in de recente vogelwaarnemingen.

16-12-2018

Ganzen

Niettemin houden zich al flinke aantallen ganzen op in de Zwinregio, met maxima tot 833 grauwe ganzen, ca. 500 brandganzen en ca. 600 kolganzen.
Er is veel beweging tussen de verschillende gebieden, waardoor de vogels niet gemakkelijk te tellen zijn. Het foerageergebied van de ganzengroepen is groter dan het Zwin alleen, waardoor de vogels soms ook helemaal weg zijn uit het gebied.
In deze tijd van het jaar zoeken ganzen veel voedsel op akkers (oogstresten). Het voedselaanbod dat ze daar nu vinden is dermate aantrekkelijk dat ze de graslanden waar ze vóór de oogst op foerageerden links laten liggen.

Honderden eenden overwinteren in het gebied.

Grondeleenden, soorten die foerageren in ondiep water of op het land, zijn sterk in de meerderheid. De hoogste aantallen werden vastgesteld van de volgende soorten: bergeend (68 ex.), smient (206), wilde eend (320), slobeend (66) en wintertaling (120).

Steltlopers

De voorbije weken werden maar liefst 21 soorten steltlopers gemeld in het Zwin. Leuke maxima waren er van kluut (26), scholekster (240), zilverplevier (31), bontbekplevier (26), steenloper (27), wulp (47), bonte strandloper (195) en tureluur (47). In november werden nog tot 3 grutto’s waargenomen. Eén daarvan, een juveniele vogel, was zeker een IJslandse grutto. De andere 2 behoorden wellicht ook tot die ondersoort van grutto. Vermoedelijk zijn alle grutto’s die ’s winters in België opduiken van die ondersoort. Overwinterende (IJslandse) grutto’s zijn zeldzaam in ons land, en het Zwin is één van de betere plekken.

Waarnemingen typische Zwinvogels

De aantallen kleine zilverreigers zijn duidelijk afgenomen ten opzichte van de piekaantallen in de late zomer en de vroege herfst. In november werden nog tot 19 exemplaren geteld; in december daalden de aantallen nog verder. 

Een lepelaar met een pootkwetsuur leek een overwinteringspoging te zullen wagen, maar na een tijdje werd de vogel niet meer gezien, wellicht omgekomen.

Een aantal typische vogelsoorten van de Zwinvlakte liet zich meermaals opmerken. Er werden minstens 3 verschillende blauwe kiekendieven waargenomen (waaronder een adult mannetje), alsook 2 velduilen en een smelleken. Een telling van minstens 72 oeverpiepers onderstreept dat het Zwin één van de beste gebieden voor deze schorrenzangvogel in België is. Er waren enkele waarnemingen van strandleeuwerik, ijsgors en sneeuwgors, hoognoordelijke zangvogels die typisch zijn voor de Zwinvlakte. Helaas lijkt het er op dat de vogels niet zijn blijven hangen. Waarnemingen van deze soorten zijn al jaren in dalende lijn. Wellicht zitten de zachtere winters daar voor iets tussen.

Ongebruikelijke wintergasten

Late waarnemingen van ongebruikelijke wintergasten waren er nog van groenpootruiter, roodborsttapuit en tjiftjaf. Uiteraard worden in een topgebied als het Zwin geregeld bijzondere soorten gezien. Naast een aantal soorten die hiervoor al aan bod kwamen, waren dat de voorbije weken middelste zaagbek, ruigpootbuizerd, kraanvogel, bokje, Pontische meeuw, geelpootmeeuw, Cetti’s zanger, graszanger, bladkoning, beflijster, een zeer late gekraagde roodstaart, goudvink, kruisbek, appelvink, Europese kanarie en geelgors.

Waarnemingen op niet-vogelvlak

Op niet-vogelvlak viel er ook één en ander te beleven en te bekijken. In en nabij de Zwingeul waren er meerdere waarnemingen van grijze zeehond en (vooral) gewone zeehond. Door het warme weer vlogen tot begin november nog opvallend veel libellen rond, met name bruinrode heidelibellen.