Recente waarnemingen - half februari - eind maart

01-04-2019

Ooievaars

De ooievaarsaanwezigheid in het Zwin Natuur Park nam verder toe. 13 broedparen bezetten een nest en omstreeks 25 maart werden vermoedelijk de eerste eieren gelegd. Enkele rondhangende ooievaars zonder een nest laten verhopen dat er nog minstens één extra broedpaar zou kunnen bij komen.

Lepelaars

Lepelaars verschenen weer uit hun zuidelijke wintergebieden. In de tweede helft van februari was er al opvallende doortrek van ruim 100 exemplaren. Daarnaast werden geregeld kleine groepjes en enkelingen gezien, maar geen langdurige pleisteraars.

Ganzen en eenden

In de besproken periode werden maximaal ca. 320 brandganzen en ca. 250 kolganzen geteld.
Grauwe ganzen waren opvallend schaars, met maximaal amper 85 vogels en meestal zelfs een vrijwel volledige afwezigheid. Af en toe werden rotganzen gemeld (maximaal 15 exemplaren samen) en tussen de kolganzen werden meermaals 1-2 kleine rietganzen gezien.

Vele honderden eenden verbleven nog steeds in het Zwin, met de volgende soortmaxima: bergeend (227), slobeend (48), smient (294), wilde eend (241) en wintertaling (77). Duikeenden waren veel zeldzamer, bij gebrek aan diep zoet water in het gebied, maar in de loop van maart nam het aantal kuifeenden wel duidelijk toe: tot 34 vogels, wellicht deels terugkerende lokale broedvogels.

Steltlopers

Er werden in deze periode totaal 20 soorten steltlopers gemeld in het Zwin.
Leuke maxima waren er van kluut (72), scholekster (143), kievit (ca. 500), wulp (131), steenloper (95) en tureluur (69). Enkele soorten waren opvallend schaars, met lage maxima: zilverplevier (25), bontbekplevier (22) en bonte strandloper (25). Maxima van 8 paarse strandlopers en 4 zwarte ruiters waren eveneens vermeldenswaardig. In de Zwinschorre namen de aantallen oeverpiepers sterk af, met nog 15 exemplaren half maart.

Start broedseizoen

Het broedseizoen kondigde zich duidelijk aan, met een opstoot van territoriaal gedrag bij dodaars, blauwe reiger, veldleeuwerik en graspieper. Van die laatste soort werden al tot 20 zangposten geteld; anno 2019 is dat naar Belgische normen een zeer grote concentratie. Normaal gezien zullen de aantallen nog verder oplopen. Ook op de broedeilanden in de Zwinplas keerden de broedvogels terug, met tot 260 kokmeeuwen, 148 zwartkopmeeuwen zilvermeeuwen, kleine mantelmeeuwen, een koppel bontbekplevier en minstens 6 koppels scholekster. Er waren heel wat waarnemingen van vroege zomervogels: zomertaling, grutto, kleine plevier, grote stern, tjiftjaf, boerenzwaluw, roodborsttapuit, tapuit en boomleeuwerik.

graszanger

Schaarse vogelsoorten

Er werden ook een aantal schaarse vogelsoorten gezien in de betrokken periode: middelste zaagbek, zwarte zee-eend, rode wouw, zeearend, blauwe kiekendief, waterral, paarse strandloper, dwergmeeuw, Pontische meeuw, geelpootmeeuw, kanoet, bosuil, ransuil, velduil, kleine bonte specht, smelleken slechtvalk, graszanger, Cetti’s zanger, rouwkwikstaart, kleine barmsijs, Europese kanarie en goudvink.

Bijzonder waarnemingen: maanvis - zeeruskokermot

Ronduit spectaculair was wel de zeer waarschijnlijke waarneming van een maanvis ter hoogte van de brug in de Zwinplas op 24 februari! Aan de Belgische kust zijn maar een handvol waarnemingen bekend, vooral uit de laatste tien jaar.
De wintermaanden december en januari leveren de meeste waarnemingen op. Deze februariwaarneming sluit daar bij aan. Maanvissen hebben een bizar uiterlijk. Een ronde schijf met twee ver uitstekende vinnen achteraan de rug en de buik. Ze kunnen maar liefst vier meter groot worden en een paar duizend kilo wegen, maar in de Noordzee gaat het vrijwel steeds om kleine exemplaren. Het waarschijnlijke Zwin-exemplaar mat 40-60 centimeter in doorsnee.

Daarnaast gebeurden in de Zwinvlakte waarnemingen van 2 bijzondere nachtvlindersoorten: bleke ruskokermot en zeeruskokermot. Vooral die laatste is heel bijzonder, want in België is die soort alleen bekend uit het Zwin.