Vogels van het Zwin

Jaarlijks landen er in het Zwin vele duizenden vogels om er te broeden, te overwinteren of naar voedsel te zoeken.

In het Zwin Natuur Park is het een voortdurend komen en gaan van vogels: in het voorjaar keren velen onder hen terug uit hun overwinteringsgebied in het verre zuiden naar hun broedgebieden in het noorden; in het najaar gaat de reis in omgekeerde richting.

Heel wat soorten volgen de kustlijnen en gebruiken riviermondingen en andere natuurgebieden om even uit te rusten of om naar voedsel te zoeken. Je kan het vergelijken met vliegtuigen die tijdens een lange afstandsvlucht ook moeten bijtanken op een luchthaven. Voor heel wat trekvogels die de kustlijn volgen is het Zwin een belangrijke tussenstop op hun lange reis. Het Zwingebied is een luchthaven, maar dan wel een voor vogels, de ‘Internationale luchthaven voor vogels’!

Ben je in het Zwin, dan zit de kans er dik in dat je er aalscholvers, ooievaars, wulpen, scholeksters, tureluurs, grauwe ganzen, kleine zilverreigers, kokmeeuwen, en torenvalken ziet.
Andere vogels zoals de veldleeuwerik, de kluut en de bergeend zijn dikwijls te zien, maar ook wel afwezig tijdens bepaalde periodes van het jaar.

Een mannetje bergeend (links achter) samen op stap met een vrouwtje

Kolganzen in de vlucht. 

Een ooievaar in de vlucht toont zijn lange en brede zweef-vleugels

Kluten vallen op door hun fijne, omhooggebogen, zwarte snavel en lange blauwgrijze poten

Lepelaars tijdens het ochtendtoilet

Grutto

En visdief met zijn versgevangen prooi

Scholeksters vissen tot diep in het slijk schelpdieren op die ze dan met hun krachtige snavel openen

Aalscholvers hebben een lange snavel met een haakvormige punt